Logo
menu

Brigadiers stippelen woningbouw-strategie uit

Een gesprek met:

Pepik Henneman
Pepik Henneman

Transitie-expert bij de Bouwcampus

De ruimte wordt steeds beperkter, grondstoffen raken op, maar de vraag naar woningen neemt alleen maar toe. Pepik Henneman, transitie-expert bij De Bouwcampus voelt aan alles dat in de sector het roer om moet. Samen met ‘zijn’ brigadiers van de Versnellingsbrigade Industriële Woningbouw formuleerde hij een woningbouwstrategie die zich richt op versnellen, verbeteren én delen. “Het moet gewoon anders. Ik kan mij niet voorstellen dat op we op dezelfde manier winst blijven maken als we gewend zijn.”

Tot nu toe kwam de Versnellingsbrigade Industriële Woningbouw een tweetal keer in actie. De eerste keer bogen de brigadiers zich over een woningbouwplan in Texel en de laatste keer waren ze actief in Wijchen (zie TOP-magazine nr 1 De 24 uur van Wijchen). Uitgangspunt is dat de brigadiers met een frisse blik naar een woningbouwvraagstuk kijken en daar 24 uur in een soort snelkookpan mee bezig zijn. “De brigadiers zijn projectontwikkelaars, architecten en netwerkbeheerders en staan dagelijks als het ware met hun poten in de klei. Juist door hun vaak jarenlange kennis en ervaring kunnen ze een woningbouwvraagstuk met een andere invalshoek benaderen,” vertelt Pepik Henneman. Het deelnemen aan zo’n 24-uur-sessie schept volgens Henneman een band. “Je leert elkaars perspectief echt goed kennen, waardoor je op een veelzijdige manier opnieuw naar de opgave die voor ons ligt, kunt kijken.”

Juist dat gegeven was aanleiding voor de brigadiers om onder aanvoering van transitie-expert Pepik Henneman een woningbouwstrategie op te stellen.  Die strategie telt een viertal uitgangspunten: bouw nooit meer een huis, wil wat nog kan, voorkom bij elke nieuwe woningbouwontwikkeling het Sisyphus-effect, en geef meer zuurstof aan het woningbouw ontwikkelingsproces.

“We moeten niet meer in huizen, maar in gemeenschappen gaan denken,” licht Pepik het uitgangspunt ‘bouw nooit meer een huis’ toe. “Wanneer je namelijk meer in gemeenschappen gaat denken, krijg je vanzelf meer integraliteit. Zowel qua energie, grondgebruik, sociale cohesie, als ook op het gebied van gezondheid, ecologie en bouwefficiëntie.” De opgave is volgens de brigadiers dan ook niet een miljoen huizen bouwen maar juist tienduizend woongemeenschappen. Pepik: “Voor netwerkbeheerders is het niet langer denken in individuele woningen een no-brainer.” 

Winstwaarschuwing

Het uitgangspunt ‘Wil wat nog kan!’ moet volgens de transitie-expert vooral als een winstwaarschuwing worden gezien. “Wij zijn,” zo benadrukt hij, “in de bouw gewend dat alles wat je wil, maar moet kunnen. Maar de brigadiers zijn er over eens dat we in de bouw geen drievoudige of tienvoudige winst meer maken. Dus winst over achtereenvolgens de uitgifte van de grond, ontwikkelen en bouwen. Die tijd is voorbij. De grond is op, de grondstoffen zijn schaars. Het moet anders en de tijd hiervoor begint simpelweg te dringen.” Dat ‘anders’ zit in de visie van de brigadiers in het delen. Houd de grond in het collectief.  “Verkoop de grond (tegen landbouwprijs) aan het collectief. De rechtspersoon die bij de grond blijft, blijft ontwikkelen. Die gaat niet meer weg. Pacht-inkomensstromen vloeien vervolgens direct terug in de ontwikkeling van het land. Ga ook voor  aanbestedingen van wijken. Verkavel een projectontwikkeling niet meer vanuit grondposities of uitvragen, maar werk samen aan een bewoonbaar, groen, sociaal, energieproof geheel.” 

Derde uitgangspunt is dat we nu vaak bij elke nieuwe woningbouwontwikkeling te maken hebben met het zogenoemde Sisyphus-effect. En daar moeten we vanaf. “Sisyphus is een halfgod uit de Griekse mythologie die als straf een onmogelijke opgave krijgt,” vertelt Pepik. “Hij moet een ontzettend zware steen een berg op rollen. Als hij bijna boven is, rolt de steen weer naar beneden. Daar stopt het niet. Hij moet weer van onderaf aan beginnen, tot hij weer bijna boven is, en dan rolt de bal weer naar beneden. Daar begint alles opnieuw. In de bouw zie je dit dus ook heel veel gebeuren.”

Anders denken 

Het vierde en laatste uitgangspunt richt zich op het huidige ontwikkelingsproces. “Je ziet dat door alle regelgeving die is opgetuigd, er steeds minder kan. Wij opteren daarom voor meer zuurstof voor het woningbouw-ontwikkelingsproces. Maak ruimte voor andere manieren van denken, doen en organiseren. Door meer ruimte te maken, heb je ook sneller blije bewoners en straks blije gemeenschappen.” En over ruimte gesproken, de woningen die we bouwen kunnen ook wel wat kleiner. “In Nederland hebben wij de grootste woningen. Dat hoeft helemaal niet. Door in te breiden en te splitsen en huizen kleiner te maken ontstaat ruimte. Ook voor gemeenschappelijke voorzieningen en groen. Dat is dubbele winst, want dat minimaliseert ook de druk op het CO2.”

Als het aan Pepik ligt worden de uitgangspunten uitgewerkt in een brief aan de nieuwe minister van bouwen die straks in het nieuwe kabinet gaat zitten. “Uiteindelijk moet hij of zij de kar gaan trekken.” Een mooie metafoor vindt hij wat dat betreft dat de nieuwe minister voorop vliegt in een vlucht van ganzen die zich altijd in een V-formatie verplaatsen. 

“Waar de linker vleugel van de bouwformatie het publieke domein representeert, slaat de rechtervleugel op de private sector. Verandering in de woningbouw komt daarbij vooral vanuit de publieke vleugel:  waar de private sector zich niet in de publieke hoek kan vermengen, kan de publieke sector wel de markt transformeren.”

Inzet van de brigade

De Versnellingsbrigade Industriële Woningbouw bestaat uit de industriële woningbouwers Antonie Ter Harmsel en Bram Bevers,  de projectontwikkelaars Jan Jaap Blüm en Marcel de Ruiter, de architecten Karin Dorrepaal en Richard Baan en netwerkbeheerder Pallas Agterberg. Heb jij een woningbouwcase en wil je dat de brigadiers zich 24 uur hierop focussen en met out of the box-oplossingen komen? Geef dat door aan pepik.henneman@debouwcampus.nl. Pepik: “Zie het als een gezonde exercitie. Iedereen krijgt er energie van.” Om er na een korte stilte aan toe te voegen: “Het is een soort wellness voor de bouw.”

Deel dit artikel: